Bij een spandoek gaat het zelden over de print en bijna altijd over twee andere dingen: hoeveel wind er doorheen moet, en hoe het doek vastgemaakt wordt. Die twee bepalen welk materiaal u nodig heeft.
De standaard is frontlit van 500 gram, dicht geweven en met ogen om het uit te spannen. Moet het doek over een volledige gevel of over de kop van een gebouw, dan gaat het over een XL doek uit een stuk. En mag er langs geen van beide zijden doorschijnen wat erachter hangt, dan is er blockout van 620 gram, dat aan twee kanten een ander beeld kan dragen.
Staat het doek vrij in de wind, tegen een hek of op een stelling, dan wordt een dicht doek een zeil. Dan kiest u mesh, dat de wind doorlaat en daardoor blijft hangen waar een gesloten doek zou scheuren. Voor een steiger is dat geen keuze maar een voorwaarde.
Voor werfafsluitingen en evenementen bestaan er maten die al vastliggen, omdat het hek dat ook doet. Een herasdoek en een dranghekdoek hoeft u dus niet op te meten. Alles hier wordt omzoomd, met ringen om de 20 tot 50 centimeter of volgens uw eigen bestand, of met een tunnelzoom waar een buis door gaat.